Om te begrijpen waarom een MGRS-coördinaat er zo uitziet, helpt het te weten hoe de aarde is opgedeeld. MGRS bouwt voort op de UTM-rasterindeling en voegt daar een laag van 100 km-vierkanten aan toe.
Grid zones: zone + breedteband
De aarde is eerst verdeeld in 60 UTM-zones van elk 6° lengte, genummerd 1 t/m 60 vanaf 180° W naar het oosten. Daarnaast lopen breedtebanden van 8° hoog, aangeduid met letters van C (bij 80° Z) tot X (bij 84° N). De letters I en O worden overgeslagen om verwarring met de cijfers 1 en 0 te voorkomen; band X is 12° hoog in plaats van 8°.
Een zone-getal plus een band-letter vormt samen een Grid Zone Designator zoals 31U: het grote vak waarbinnen de rest van de coördinaat geldt.
100.000-meter vierkanten
Binnen elke grid zone is het gebied verder opgedeeld in vierkanten van 100 × 100 km. Elk vierkant krijgt een code van twee letters: de eerste geeft de kolom (easting-richting), de tweede de rij (northing-richting). Zo weet je met slechts twee letters in welk 100 km-vak je zit, zonder grote getallen te noemen.
Waarom letters in plaats van getallen?
Door het grove deel van de positie in letters uit te drukken, wordt de coördinaat korter en minder foutgevoelig. De grote UTM-getallen (honderdduizenden meters) zitten "verborgen" in de zone- en vierkant-codes; alleen de fijne positie binnen het vak schrijf je als cijfers.
Grenzen en uitzonderingen
Rondom Noorwegen en Spitsbergen zijn enkele zones verbreed of versmald, en de polen gebruiken een apart systeem (UPS in plaats van UTM). Voor de meeste gebruikers spelen die uitzonderingen geen rol — een goede app houdt er automatisch rekening mee.
De rasterlaag zien in MilMap
MilMap toont de MGRS-rasterlijnen over de kaart, zodat je in één oogopslag ziet in welke grid zone en welk 100 km-vierkant je bent. Handig om je te oriënteren en om coördinaten snel te controleren.