Het kompas: typen en gebruik
Een basiscompas bestaat uit een magneetnaald, een graadverdeling (azimuth ring) en een richtsnoer. Het prismacompas (militair) of het basisplaat-wandelkompas zijn de meest gebruikte typen in het veld. Kies een kompas met lumineuze markering voor nachtgebruik. Houd het kompas weg van metalen objecten en elektronische apparaten, die kunnen de naald afleiden.
Een richting meten op de kaart
Stap 1: leg de kompasrand langs de lijn van jouw positie naar het doel op de kaart. Stap 2: draai de kompasschijf totdat de Noord-pijlen op de schijf parallel zijn met de kaart-meridiaanlijnen (met Noord naar boven). Stap 3: lees de kompaswaarde af bij de richtsnoerpijl. Stap 4: pas de magnetische declinatie aan (in Nederland circa 2 graden — in de praktijk verwaarloosbaar voor meeste toepassingen).
Een richting volgen in het terrein
Hou het kompas horizontaal voor je borst. Draai je lichaam totdat de magneetnaald op de ingestelde richting wijst. Kijk nu recht vooruit en identificeer een markant object op die azimuth — een boom, een rotspunt, een gebouvhoek. Loop naar dat object, niet terwijl je op het kompas staart. Bij het object aangekomen, herhaal de procedure.
MilMap en kompas combineren
Export je route als PDF met azimuth-koersen per segment uit MilMap. In het PDF-routeboek staat naast elke waypointnaam de afstand en richting tot het volgende punt. In het veld: controleer de koers op het kompas, identificeer het terrein en navigeer. MilMap's MGRS-coördinaten voor elk waypoint zijn de back-up voor als je de oriëntatie verliest.
Kompas-navigatie bij laag zicht
Bij mist, regen of sneeuw val je terug op pure kompas-navigatie. Houd een strak koers door regelmatig te kalibreren: na elke 100 meter controleer je of je nog op de juiste azimuth loopt. Staptelling geeft de afstand. Combineer koers en afstand met de terreinkenmerken uit je MilMap-voorbereiding: "na 400 meter op koers 285° stijgt het terrein — dat is de richel die ik zoek."
Afwijkingen en fouten
De meest gemaakte fout is onnauwkeurig aflezen door haast. Neem de tijd voor het kompas: mis één graad en na 1 km ben je 17 meter af. Lokale magnetische anomalieën (ijzererts in de grond, nabijgelegen voertuig) kunnen de naald afwijken. Controleer altijd of de naald vrij slingert en niet aan de kap kleeft.